Stationsplein Leuven

Felix Boon wordt als levend schild ingezet

26/08/1914

26 augustus 1914

“Tegen de middag is het bericht gekomen dat de stad zal worden gebombardeerd door de Duitse artillerie. Iedereen moet zich uit de voeten maken. Vanaf het station zullen er treinen zijn om mensen in veiligheid te brengen, zo vertellen ons Duitse bewakers op straat. Mijn vrouw en ik besluiten onmiddellijk te vertrekken. Snel steek ik wat spullen en eten in kleine pakjes. Ik maak een laatste toer door het huis, bekijk zonder al te veel spijt onze meubels die we naar alle waarschijnlijkheid niet snel terug zullen zien. Dan nemen we onze kleine pakketjes en we vluchten!”

“Wat ben ik naïef geweest in Duitse fabeltjes te geloven! Het vooruitzicht dat treinen zouden klaarstaan om ons in veiligheid te brengen, is alleen maar een verzinsel om op korte tijd zoveel mogelijk mensen naar het station te lokken. Daar aangekomen maken de soldaten zich van ons meester, parkeren me bij een groep mannen en duwen mijn vrouw en kinderen verder naar het station. Ik krijg de tijd niet om hen nog wat proviand mee te geven, of afscheid te nemen. Ik krijg een revolver tegen mijn hoofd gedrukt en één van de mannen begint me te fouilleren.
“Waar zijn de vrouwen? Die brengen we naar Aken, antwoordt een soldaat. En wij? Voor onze troepen, zodat we jullie kunnen fusilleren als er vanuit één huis wordt geschoten”. We worden in rijen gezet en vertrekken. Bajonet in de rug.”

Felix Boon is een Leuvense wijnhandelaar, die met zijn gezin in de Justus-Lipsiusstraat woont als de oorlog in augustus 1914 uitbreekt. Hij raakt gescheiden van zijn gezin, wanneer hij door de Duitse troepen als levend schild wordt gebruikt en rond Mechelen door de frontlinie wordt gejaagd, samen met tientallen stadsgenoten. Na contacten met familie in wat toen nog onbezet België was, reist hij door naar Antwerpen. Boon richt daar een informatiebureau voor Leuvense vluchtelingen op.

Tags: